Deze maand
De Auto & Architectuur #4

Villa Borghese parkeergarage
door Jorn Konijn
Een parkeergarage als tentoonstellingsruimte voor de meest hedendaagse kunst? Waar bezoekers de kunst vanuit hun auto konden bekijken? In het Italië van de jaren zeventig werd dit werkelijkheid. Of, zoals de kranten het destijds omschreven: "De parkeergarage als kunstvorm." Dit is de parkeergarage Villa Borghese van Luigi Moretti in Rome.
In de jaren 70 leek het haast wel of er een virus van radicale vernieuwing onder lokale bestuurders van historische Europese steden rondtrok. In Amsterdam moest de hele binnenstad gesloopt worden, London kreeg zijn hypermoderne city center en ook Rome moest klaargestoomd worden voor de toekomst. De auto - en de hele infrastructuur die daarbij kwam kijken - was cruciaal. Zo had het stadsbestuur van Rome besloten dat er 35 parkeergarages aan de rand van het historische centrum moesten worden aangelegd. De gigantisch grote ondergrondse parkeergarage Villa Borghese was daar de eerste van en zou niet alleen vanwege de architectuur de geschiedenisboeken ingaan, maar bovenal vanwege het radicale programma: de parkeergarage als tentoonstellingsruimte.

Midden jaren ‘60 werd gestart met de ontwikkeling van de garage en al snel ging de opdracht naar Luigi Moretti. Hij had een complexe reputatie: zijn carrière werd geassocieerd met grote opdrachten voor fascistische infrastructuurprojecten en zijn naam werd vooral geassocieerd met het door hem ontworpen Watergate-gebouw in Washington D.C. en het gelijknamige schandaal. Dit zorgde ervoor dat het project al onder een vergrootglas lag voordat er überhaupt één ontwerp was getekend. Maar Moretti was ondanks zijn dubieuze politieke achtergrond - hij had zelfs enkele jaren in de gevangenis gezeten voor zijn banden met de Italiaanse fascisten van Mussolini - een begenadigd architect. Zo wordt zijn Corso Italia complex in Milaan gezien als een meesterwerk van moderne architectuur.
Moretti's ontwerp voor de parkeergarage werd in 1972 opgeleverd als “plek om naartoe te gaan, en bij voorkeur op de meest comfortabele manier mogelijk: met de auto!” Het bood plaats aan 2000 auto’s, strekte zich uit over twee ondergrondse verdiepingen en omvatte ook nog eens een winkelcentrum van 6000 vierkante meter. Moretti ontwierp de garage als een machine waarin alle elementen met elkaar in verbinding zijn. De twee niveaus werden aan elkaar verbonden via roltrappen en loopbanden, maar ook met het park door grote cirkelvormige paddestoelvormige lucht- en lichtopeningen. Deze doen sterk denken aan die van het Johnson Wax Administration Building van Frank Lloyd Wright. Echter, de voorspelde bezoekersaantallen waren veel te optimistisch en werden bij lange na niet gehaald. De complete tweede verdieping van het gebouw stond leeg.
Wat te doen met een gigantische leegstaande parkeergarage? Directeur van de garage Loris Corbi vroeg het in 1973 aan de Italiaanse kunstverzamelaar en mecenas Graziella Lonardi Buontempo. Zij had wel een idee: waarom de garage niet veranderen in een gigantische tentoonstellingsruimte, waarin bezoekers al rijdend in hun auto de werken konden bekijken? Curator Achille Bonito Oliva werd aangesteld om het geheel te realiseren. Hij bedacht de tentoonstelling Contemporanea, die hij typeerde als een afdaling naar een magisch territorium, “waar alle samenvloeiingen van ruimte en tijd wijd open worden gegooid, en bezoekers verleden, heden en toekomst met elkaar kunnen verbinden.” Er moest niet alleen beeldende kunst te zien zijn, maar ook film, design, architectuur, fotografie, theater en dans: een gigantisch gesamtkunstwerk.

Bonito Oliva wist het ondanks het krap budget, een buitengewone selectie van kunstenaars te strikken: Carl Andre, Jan Dibbets, Donald Judd, Sol LeWitt, Mario Merz, Robert Morris, Bruce Nauman, Richard Serra en Robert Rauschenberg waren slechts enkele van de namen die er werden tentoongesteld. Ook nodigde hij kunstenaars als Joseph Beuys, Sol LeWitt en Mario Merz uit om “onverwachte ontmoetingen” uit te voeren, terwijl Philip Glass, Terry Riley en Pandit Pran Nath experimentele concerten gaven.
Contemporanea wordt tegenwoordig erkend als één van de belangrijkste tentoonstellingen van de twintigste eeuw. Het doel was om te concurreren met grote biënnales en de Dokumenta - en dat lukte. Het trok een zeer groot aantal bezoekers. Het maakte de parkeergarage zo levendig als Moretti bedoeld had. Het is een project dat vandaag de dag ondenkbaar zou zijn, al was het maar vanwege de economische en organisatorische middelen die nodig zijn om het te realiseren. Moretti zelf maakte het helaas niet meer mee. Hij overleed aan een hartaanval tijdens de bouw van de garage.



















